Max, Mischa & het papierenboekoffensief

Ik ga met mijn tijd mee als het om moderne apparaten gaat. Als ik aanteken doe ik dat liever op mijn telefoon dan in een boekje, als ik een tekst schrijf check ik liever de website van het Groene boekje dan het echte Groene boekje en journalistieke hoogstandjes lees ik liever digitaal (van De Correspondent) dan in de krant (die ik alleen op zaterdag nog aanschaf). Het lag dan ook voor de hand dat ik deze zomer de overstap naar een e-vakantieboek zou gaan maken.

Het e-book (zeker van telefoon) biedt veel extra’s: je kunt in het donker lezen, namen van vergeten personages opzoeken (handig bij dikke boeken), je kunt woorden vertalen, je hebt geen boekenlegger nodig en je krijgt er ook nog eens muziek bij. En muziek is toevallig ook een belangrijk onderdeel in de vakantiepil die ik deze vakantie dagelijks inneem.

Die pil heet Max, Mischa en het Tetoffensief en is met ruim 1200 pagina’s het dikste werk van de Noorse schrijver Johan Harstad. Als ik op mijn strandbedje lig ben ik blij dat ik de e-versie in mijn hand heb liggen en niet de papierenbaksteenversie van bijna 1 kilo.

Ik ben gisteravond aangekomen op driekwart van mijn ‘literaire reis’ en merk dat er toch iets knaagt. Hoewel ik stevig onder de indruk ben van de gedetailleerde vertelkunst van de Noor heb ik toch een andere leeservaring dan in de vorige vakanties toen ik nog ‘echte’ boeken las.

Hoe zou dat komen? Als ik een echt boek lees, laat ik me minder snel afleiden: ik kijk na een paar bladzijden niet op Twitter (hebben mensen mijn tweet nog opgemerkt?), Goodbooks (wat vinden anderen eigenlijk van dit boek?), Teletekst (is er nog ergens een bom ontploft?), Whatsapp (hoe gaat het met het thuis- en werkfront), naar een e-mail (Marktplaats heeft een racefiets in framemaat 61 voor me gevonden) of een van de 101 andere mogelijkheden op mijn Androidfoon.

Het gevoel dat je krijgt bij het omslaan van een papieren bladzijde is ook niet te evenaren. Hoe hard UX-designers en programmeurs ook hun best gedaan hebben, bladeren in een e-book blijft een weinig bevredigende leeservaring die niet kan tippen aan het gevoel van het omslaan van een papieren bladzijde.

En dan is er nog de beloning van een beachwashed boek. Dat klinkt misschien gek uit de mond van iemand die zuinig op zijn boeken is. Maar toch geeft het een kick om een boek tijdens het lezen te zien verouderen. Het doet me in de verte denken aan de geleidelijke veroudering van een groen Levi’s jack dat ik in de jaren ’90 bezat of een Nike tennisbroek waar ik maar geen afscheid van kan nemen. Ook die ervaring werd me deze vakantie ontnomen.

Volgend jaar geen e-book meer mee op vakantie? Als het om.literatuur gaat, kies ik voor papier. Non-fictie (een biografie van een wijze meneer of een interessante sporter) doet het prima vanaf een scherm.

Harstad-Tet-offensief-277x300

 

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Max, Mischa & het papierenboekoffensief

Ik ga met mijn tijd mee als het om moderne apparaten gaat. Als ik aanteken doe ik dat liever op mijn telefoon dan in een boekje, als ik een tekst schrijf check ik liever de website van het Groene boekje dan het echte Groene boekje en journalistieke hoogstandjes lees ik liever digitaal (van De Correspondent) dan in de krant (die ik alleen op zaterdag nog aanschaf). Het lag dan ook voor de hand dat ik deze zomer de overstap naar een e-vakantieboek zou gaan maken.

Het e-book (zeker van telefoon) biedt veel extra’s: je kunt in het donker lezen, namen van vergeten personages opzoeken (handig bij dikke boeken), je kunt woorden vertalen, je hebt geen boekenlegger nodig en je krijgt er ook nog eens muziek bij. En muziek is toevallig ook een belangrijk onderdeel in de vakantiepil die ik deze vakantie dagelijks inneem.

Die pil heet Max, Mischa en het Tetoffensief en is met ruim 1200 pagina’s het dikste werk van de Noorse schrijver Johan Harstad. Als ik op mijn strandbedje lig ben ik blij dat ik de e-versie in mijn hand heb liggen en niet de papierenbaksteenversie van bijna 1 kilo.

Ik ben gisteravond aangekomen op driekwart van mijn ‘literaire reis’ en merk dat er toch iets knaagt. Hoewel ik stevig onder de indruk ben van de gedetailleerde vertelkunst van de Noor heb ik toch een andere leeservaring dan in de vorige vakanties toen ik nog ‘echte’ boeken las.

Hoe zou dat komen? Als ik een echt boek lees, laat ik me minder snel afleiden: ik kijk na een paar bladzijden niet op Twitter (hebben mensen mijn tweet nog opgemerkt?), Goodbooks (wat vinden anderen eigenlijk van dit boek?), Teletekst (is er nog ergens een bom ontploft?), Whatsapp (hoe gaat het met het thuis- en werkfront), naar een e-mail (Marktplaats heeft een racefiets in framemaat 61 voor me gevonden) of een van de 101 andere mogelijkheden op mijn Androidfoon.

Het gevoel dat je krijgt bij het omslaan van een papieren bladzijde is ook niet te evenaren. Hoe hard UX-designers en programmeurs ook hun best gedaan hebben, bladeren in een e-book blijft een weinig bevredigende leeservaring die niet kan tippen aan het gevoel van het omslaan van een papieren bladzijde.

En dan is er nog de beloning van een beachwashed boek. Dat klinkt misschien gek uit de mond van iemand die zuinig op zijn boeken is. Maar toch geeft het een kick om een boek tijdens het lezen te zien verouderen. Het doet me in de verte denken aan de geleidelijke veroudering van een groen Levi’s jack dat ik in de jaren ’90 bezat of een Nike tennisbroek waar ik maar geen afscheid van kan nemen. Ook die ervaring werd me deze vakantie ontnomen.

Volgend jaar geen e-book meer mee op vakantie? Als het om.literatuur gaat, kies ik voor papier. Non-fictie (een biografie van een wijze meneer of een interessante sporter) doet het prima vanaf een scherm.

 

Harstad-Tet-offensief-277x300

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Ondergewaardeerde Liedjes - een blog over muzikale pareltjes

‘Waarheen leidt de weg die wij moeten gaan’, schalde het in 1971 uit Nederlandse radio’s. Sindsdien hebben muzikanten in binnen- en buitenland Maria Telgenkamps vraag beantwoord, met titels van liedjes én albums.

Het album Road to Rouen van Supergrass ritst probleemloos in een lijstje met Road to-albums. Road to Rouen uit 2005 verwijst naar de Noordfranse stad waar de band zijn 5e album opnam. Tales of Endurance, de opener en het op-één-na-langste liedje van het album, is mijn favoriet.

In Tales stapelen de instrumenten zich geleidelijk op: eerst een akoestische gitaar dan een elektrische gitaar gevolgd door een piano en subtiele percussie. Tijdens het intro merk ik dat mijn rechtervoet een gaspedaal wil intrappen, mijn ogen hunkeren naar repeterende witte asfaltstrepen. Tales of endurance laat zich beluisteren op een bedje van asfalt, een eenzame rit naar Parijs. Net als het hele album trouwens.

Making sense of what I ‘ve heard…

View original post 191 woorden meer

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

IJsvrij

Op Gertjans gezicht
Is het ijs elfstedentochthard
Tot hij een prijs pakt

Dan verdwijnt het ijs
Zie de spleten en scheuren
Ja, het is lente

Geplaatst in Gedicht | Tags: , , , | Een reactie plaatsen

Bijrol

Onderweg naar huis op het windrijke fietspad tussen Egmond en Alkmaar kwam ik Piet vaak tegen. Hij fietste elke dag naar het centrum van Egmond aan de Hoef, vermoedelijk voor een bezoek aan de sigarenwinkel van Jan Twisk. Piet woonde langs de, door mij regelmatig vervloekte, Hoeverweg, in een biologisch-dynamische zorgboerderij. Hij duwde de pedalen van zijn herenfiets wijdbeens in slowmotion naar beneden, waardoor hij net genoeg snelheid had om zijn fiets overeind te houden. Heen en terug was hij zeker twee uur onderweg. Bij harde wind drie uur.

 Piet was een dorpsgek zoals je ze tegenwoordig niet meer tegenkomt. Hij was ongevaarlijk en nam genoegen met een bijrol. Van een halve kilometer afstand kon je zien dat Moeder natuur bij Piet een paar zaken was vergeten. Op het puntje van zijn neus rustte een bril als een klimrek. Zijn ogen keken verbaasd achter het dikke brillenglas. Aan zijn neus hing altijd een druppel. In zijn rechtermondhoek plakte een sigaarstomp, 2 vingerkootjes lang, nooit heb ik er rook uit zien komen.

Onderweg maakte hij altijd een stop om zijn volle blaas te legen in het slootje naast het fietspad. Bij het protocol hoorde ook dat wij zijn geparkeerde fiets omgooiden. Met zijn gulp nog open en de kleine Piet er nog uitbungelend, sjokte hij dan een paar passen achter ons aan.

Dorpsgekken zijn er tegenwoordig niet meer. Daarvoor in de plaats hebben we de landsgek gekregen. Als je aan zijn spulletjes komt, begint hij ook te vloeken en te tieren. Niet bij een slootje langs een polderweg maar op de digitale snelweg. Ik wil de dorpsgek terug.

Geplaatst in Verhaal | Tags: , , , , | Een reactie plaatsen

Handkus II

‘Slechts één keer heb ik het tot krantenknipsel geschopt. Ik heb het knipsel zó goed bewaard dat ik het niet meer terug kan vinden’, schreef ik een paar weken geleden. Het knipsel is inmiddels boven water. En…ik moet iets bekennen, mijn visuele geheugen rammelt als een Portugese tram.

Het krantenknipsel

Zaalvoetbaltoernooi Dorpshuis Egmond aan de Hoef

Geplaatst in Verhaal | Tags: , , , , , , , | Een reactie plaatsen

Driepettengrens

Heel hard ‘lul’ tegen iemand roepen, is op een voetbalveld de gewoonste zaak van de wereld. In het profvoetbal is de 4e man vaak de ontvanger van het L-woord, in het amateurvoetbal de scheidrechter of de man met de vlag. Ik kan het weten want ik heb zelf een jaar of drie voor ‘grens’ gespeeld.

Ik deed het op zondagochtenden als ‘mijn team’ moest voetballen. Het team dat ik rond mijn 30e met een paar vrienden had opgericht en waarvoor ik tijdens wedstrijden ballen had veroverd om in te leveren bij de spelers met meer talent. Een gescheurde kruisband maakte een abrupt einde aan mijn loopbaan als linksback van het 5e. Na het vertrek van vader Hans, onze vaste vlagger, besloot ik de vacature zelf in te vullen.

In de diepe krochten van het amateurvoetbal draagt de grensrechter standaard twee petten: een teampet en een arbiterpet. Het gebeurt aan beide zijlijnen dus het probleem heft zichzelf op. Het gaat pas mis als je te opvallend voor je eigen team vlagt: te vaak een inworp aan je eigen team geeft of te dikwijls een kansrijke aanval van de tegenstander afvlagt als buitenspel.

In één van mijn eerste optredens als grensrechter haalde ik een derde pet tevoorschijn: de spelerspet. Op een mistige zondagochtend speelden we tegen het tweede van Vrone. Jonge honden die hun vizier nog op het eerste elftal hadden gericht. Toch stonden we ver in de 2e helft met 0-1 voor. Deze overwinning mocht ons niet ontglippen. Een dieptepass van achteruit op hun vrije rechtsbuiten deed bij mij een alarmbel rinkelen. Ik had al twee keer onterecht voor buitenspel gevlagd, aan die noodrem kon ik niet meer trekken. In een milliseconde zag ik een andere: ik stapte een halve meter het veld in en trok de oprukkende speler aan zijn shirt. Hij viel.

Guidetti na zijn shirt-uittrek-rode-kaartDe minuten die volgden, verliepen hectisch: ik werd uitgescholden, voor alles en nog wat. De scheidsrechter vroeg mij indringend om een verklaring. Op mijn gezicht een potpourri van schuld en berouw. Het hoofd naar beneden gericht. ‘Sorry scheids, ik verloor mezelf. Ik ben nog maar net afgekeurd voor voetbal’, zoiets kwam eruit. De scheids bleek over een groot empathisch vermogen te beschikken, ik kwam ermee weg. Vrone kreeg een scheidsrechtersbal en wij de overwinning. Ik leerde een belangrijke les op dat veld in Sint-Pancras: toon bij een misstap berouw. John Guidetti deed het een paar weken geleden voortreffelijk. Ik hoop dat Gertjan Verbeek vandaag hetzelfde doet. Het hoofd buigen en blazen.

Geplaatst in Verhaal | Tags: , , , , , | 1 reactie